Als ik lentekriebels zou moeten krijgen, dan was het vandaag. Vanochtend viel het tegen, nu was de lucht nog grijs, maar het was onmiskenbaar zachter. Met de jas open loop ik naar het station om het weekend te vieren. Mijn goede stemming is daar aan te danken, niet aan zogenaamde lentekriebels. Ik heb geen last van lentekriebels, nooit gehad trouwens. Volgens mij zijn dat bakerpraatjes uit de vrouwenbladen. Uiteraard is het fijn dat het niet meer koud is, maar om nu een hormoonkwestie te maken van de getijdewisselingen gaat mij te ver. Bovendien worden er in de wintermaanden niet meer kinderen geboren dan in andere maanden.
Er is plaats in de trein en ik stort me op een sudoku. Een nietszeggende bezigheid, waarmee je je kunt afsluiten van andere reizigers. Na mij komen meer mensen in de trein. Drie bakvissen discussiëren omstandig waar ze gaan zitten. De blonde, met de grootste mond, dirigeert haar vriendinnen naar twee lege plaatsen Zelf gaat ze naast mij zitten, in gezichts- en op gehoorafstand van haar vriendinnen. Het meisje bij het raam is zichtbaar verlegen met de situatie, want ze doet niet mee met de gesprekken. Ze luistert wel, want ze kan haar heftig orerende vriendinnen niet de indruk geven dat ze hen afvalt. Ze lijkt me een kwetsbaar type, die de andere twee Xantippes niet tegen zich in het harnas wil jagen. Dan ben je de klos, dat zag ik ook wel.
Lees verder voor meer hoopgevende informatie. Voor meer colums, boekbesprekingen en andere blogs verwijs ik ook naar:
www.sprakeloosverhalen.wordpress.com